Iedere werknemer met een dienstverband van 2 jaar of langer heeft recht op een transitievergoeding in geval van een onvrijwillige beëindiging of niet-voortzetting van de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft in onderstaande gevallen echter géén recht op een transitievergoeding:
 
- indien de werknemer zelf opzegt, de ontbinding vraagt of geen voortzetting van een tijdelijke arbeidsovereenkomst wenst, tenzij dit het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever;
 
- in geval van beëindiging met wederzijds goedvinden door middel van een vaststellingsovereenkomst (hoewel deze vergoeding ook in dit geval wel maatgevend zal zijn);
 
- indien de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer;
 
- indien de werknemer nog geen 18 jaar is en maximaal 12 uur per week werkt;
 
- indien de werknemer wordt ontslagen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
 
- indien de werkgever in staat van faillissement verkeert, surseance van betaling is verleend of de schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is;
 
- indien de CAO een gelijkwaardige voorziening kent. Dit is een voorziening in geld of natura die het equivalent vormt van de aanspraak van de werknemer op de transitievergoeding (artikel 7:673b BW);
 
- indien een werknemer aanspraak heeft op een vergoeding of voorziening op basis van een collectieve afspraak (bijvoorbeeld een CAO of een sociaal plan dat met vakorganisaties is overeengekomen) die voor 1 juli 2015 is afgesloten, tenzij anders is overeengekomen of de lopende afspraak op of na 1 juli 2015 is gewijzigd, verlengd of vervallen (deze regeling vervalt per 1 juli 2016). Indien een werknemer overigens lopende aanspraken heeft die niet met vakbonden zijn overeengekomen (bijvoorbeeld een sociaal plan met de ondernemingsraad of een individuele vertrekvergoeding) moet de keuze voor deze afspraken óf de transitievergoeding worden voorgelegd.
 
BEREKENING TRANSITIEVERGOEDING: 
 
aantal dienstjaren vergoeding per iedere volle 6 maanden dienstverband
 
0 t/m 10 1/6 maandsalaris
10+ 1/4 maandsalaris
 
De transitievergoeding is gemaximeerd op € 75.000 bruto of een jaarsalaris als dat hoger is.
 
In een aantal gevallen wordt er afgeweken van deze berekeningsmethode. Voor werknemers die 50 jaar of ouder zijn en werkzaam zijn in een bedrijf met 25 of meer werknemers geldt tot 1 januari 2020 de volgende formule:
 
aantal dienstjaren vergoeding per iedere volle 6 maanden dienstverband
 
0 t/m 10 1/6 maandsalaris
10+ 1/4 maandsalaris, maar 1/2 maandsalaris na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar
 
Hiernaast tellen de dienstjaren vóór 1 mei 2013 niet mee bij de berekening van de transitievergoeding, indien het dienstverband wordt beëindigd op basis van bedrijfseconomische gronden wegens de slechte financiële situatie van een werkgever die in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt minder dan 25 werknemers in dienst had. Deze uitzondering – die geldt tot 1 januari 2020 – is echter pas bij een langdurig slechte financiële situatie van toepassing (op basis van de artikel 24 Ontslagregeling moet onder andere het netto resultaat de voorgaande drie boekjaren negatief zijn geweest).
 
Wanneer de werkgever in zwaar weer verkeert, zonder dat er sprake is van een faillissement of surseance van betaling, is het bovendien mogelijk dat de transitievergoeding wordt betaald in de vorm van een betalingsregeling. Hiervoor is vereist dat de betaling van de vergoeding in één keer tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever zou leiden.
 
De werkgever mag de volgende kosten in mindering brengen op de transitievergoeding:
 
- eerdere transitievergoeding bij beëindiging voorafgaande arbeidsovereenkomst (met niet meer dan zes maanden onderbreking) tussen dezelfde partijen;
 
- kosten die gericht zijn op het voorkomen of bekorten van werkloosheid, mits dit vooraf met werknemer is overeengekomen;
 
- kosten die zijn gemaakt ter bevordering van de bredere inzetbaarheid van de werknemer, zoals outplacement en scholing, mits dit vooraf met werknemer is overeengekomen.
 
- de werknemer kan naast een transitievergoeding aanspraak maken op een aanvullende billijke vergoeding in geval van verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever en dit ziet op de totstandkoming van de ontslaggrond.
 
- indien een procedure bij UWV en/of kantonrechter aanhangig is gemaakt voor 1 juli 2015 blijven de vergoedingen onder het oude recht van toepassing.
 
Let op: er geldt een overgangsregeling voor de berekening van de transitievergoeding van tijdelijke werknemers (met name met het oog op seizoenswerkers). Bij de vaststelling van het arbeidsverleden voor de berekening van de transitievergoeding tellen arbeidsovereenkomsten die vóór 1 juli 2012 zijn geëindigd, en elkaar met meer dan drie maanden (of een kortere termijn op basis van de cao) hebben opgevolgd, niet mee. Daarentegen tellen tijdelijke arbeidsovereenkomsten die elkaar na 1 juli 2012 met een periode van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd wel mee.
 
 

Contact

Contact

Lexence
Amstelveenseweg 500
1081 KL Amsterdam
T: +31 20 5736 736
F: +31 20 5736 737
E: info@lexence.com
I: lexence.com
Postbus 75999
1070 AZ Amsterdam

KvK: 34191068
btw: NL812001217B01