Door Jordi Rosendahl op donderdag 16 juni 2016

Auteur: 

De afgelopen weken is de Wet Werk en Zekerheid ("WWZ") weer volop in het nieuws. Voor- en tegenstanders van de wet vallen over elkaar heen over de uitwerkingen van de wet, ieder naar eigen belang. De waarheid ligt, zoals wel vaker, in het midden. Is de wet een mislukking? Nee. Behaalt de wet de gestelde doelstellingen? Ook dat niet.

De WWZ is voortgekomen uit het Sociaal Akkoord dat werkgevers- en werknemersverenigingen in 2013 sloten met minister Asscher. Gelet op de al jaren teruglopende bezettingsgraad bij de vakorganisaties was de betrokkenheid van deze partijen bij nieuwe wetgeving vreemd, maar het creëerde voor minister Asscher het gewenste draagvlak om de wet in recordtempo door het wetgevingsproces te loodsen.

De doelstelling van de betrokken partijen bij de WWZ, zo is uitgelegd in de wetsgeschiedenis, is om het ontslagrecht sneller, eerlijker en minder kostbaar te maken. Bovendien diende "flex minder flex" en "vast minder vast" te worden. Kortom: de arbeidsmarkt diende dynamischer te worden: "van baanzekerheid naar werkzekerheid".

Sneller

In aanvullende regelgeving op de WWZ is bepaalde dat ontslagaanvragen door UWV binnen 4 weken worden afgehandeld. Als de werknemer verweer voert komt hiervan in de praktijk tot op heden weinig van terecht. Bovendien is het bewijsrecht in ontbindingsprocedures van toepassing en is de mogelijkheid gecreëerd om van procedures bij UWV of de kantonrechter in hoger beroep en zelfs cassatie te gaan. Het ontslagrecht is er daarom geenszins sneller op geworden. 

Eerlijker

De WWZ heeft de verhouding tussen werkgever en werknemer meer in evenwicht gebracht.  In tegenstelling tot voorheen kan de werkgever onder de WWZ niet meer kiezen of hij zijn ontslagaanvraag voorlegt aan UWV of de kantonrechter en maken werknemers, ongeacht de ontslagroute, aanspraak op dezelfde vergoeding: de transitievergoeding. Daarnaast wordt de positie van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd beter beschermd door bijvoorbeeld het verbod op een proeftijd in een arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden en de onmogelijkheid een concurrentiebeding overeen te komen.

Minder kostbaar

Weliswaar is de hoogte van de transitievergoeding aanzienlijk lager dan de tot 1 juli 2015 gehanteerde vergoeding conform de kantonrechtersformule, voor werkgevers is het lastiger geworden een werknemer te ontslaan en het vooruitzicht om in verschillende instanties te procederen werkt afschrikwekkend. Om hiermee gepaard gaande kosten te besparen kiezen werkgevers dan ook steeds vaker voor een beëindiging met wederzijds goedvinden. In de onderhandeling over een beëindigingsregeling is de wettelijke transitievergoeding vervolgens niet de norm, maar de ondergrens.

Daarnaast heeft de rechter de mogelijkheid om een aanvullende billijke vergoeding aan de werknemer toe te kennen. Hoewel Minister Asscher heeft gezegd dat die vergoeding slechts in uitzonderingssituaties (het beroemde "muizengaatje"; maximaal 15 keer per jaar) zou moeten worden toegekend, wordt hier door rechters veel vaker gebruik van gemaakt. Linksom of rechtsom is het daarom twijfelachtig of het ontslagrecht door de komst van de WWZ voor werkgevers minder kostbaar is geworden. Exacte gegevens daarover ontbreken.

Dynamiek?

Zoals hiervoor al kort aangehaald is het voor werkgevers moeilijker dan voorheen om de arbeidsovereenkomst met een werknemer via UWV of de kantonrechter te beëindigen. Het samenvoegen van ontslagredenen is onder de WWZ niet meer mogelijk. Werkgevers dienen aan te tonen dat aan één van de limitatief in de wet opgenomen ontslaggronden volledig is voldaan en die toets is streng. Uit de eerste analyses van de rechtspraak blijkt dat het aantal afwijzingen op ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken sinds 1 juli 2015 sterk is toegenomen, terwijl het aantal aanvragen en verzoeken nota bene is gedaald.

De doelstelling dat vast minder vast zou worden, wordt dan ook niet gerealiseerd. Dit leidt ertoe dat werkgevers minder snel geneigd zijn om werknemers een vaste contract te bieden en hun heil zoeken bij flexwerkers. Het aantal vaste banen neemt af, het aantal flexplekken neemt in gelijke aantallen toe, met alle problemen voor het scholingsniveau van werknemers en de huizenmarkt van dien.

Het gaat te ver de WWZ als mislukt te bestempelen, de wet heeft zeker goede onderdelen. De gewenste uitwerking wordt echter niet behaald, integendeel. Het ontslagrecht en de arbeidsmarkt zitten meer op slot dan voorheen. Minister Asscher en sociale partners doen er verstandig aan hierover op korte termijn in overleg te treden voordat de arbeidsmarkt daadwerkelijk vastloopt.

Contact

Contact

Lexence
Amstelveenseweg 500
1081 KL Amsterdam
T: +31 20 5736 736
F: +31 20 5736 737
E: info@lexence.com
I: lexence.com
Postbus 75999
1070 AZ Amsterdam

KvK: 34191068
btw: NL812001217B01